vrijdag 15 april 2011

de receptie


Gisteren wandelde ik in Rotterdam, op weg naar theater de Nieuwe Luxor. Ik heb een paar jaar in Rotterdam gewoond; de liefde tussen mijn ouders is in Rotterdam begonnen; mijn overgrootvader was een Rotterdamse patriciër. Ik ben in Rotterdam ooit warm onthaald door mijn vriend H, dus, ... ik hou van Rotterdam. Ik kom er verder nooit. Op de Erasmusbrug, waar ik nooit eerder op gestaan had zag ik de stad als vanuit een vliegtuig. Die aanblik ontroerde me nogal.

In de Nieuwe Luxor was de première van de musical Spamalot; ik was daar als genodigde van één van de acteurs. De acteurs van de cast hebben voor ons gedanst en gezongen en zich op toneel onhandiger voorgedaan dan ze echt zijn om ons aan het lachen te maken, wat goed lukte. Na deze première bleef de cast een tijd weg, omdat de pers te woord moest worden gestaan. Ik had intussen tijd om de bijvoorbeeld kennis te maken met F (of B, dat weet ik niet precies meer), een schoonheidsspecialiste, ook een genodigde van één van de acteurs.

Ik ben wel eens eerder genodigde geweest, ook van andere kunstenaars, op hun recepties of vernissages. Mijn vader bijvoorbeeld, die is kunstenaar. Wij, de genodigden, zijn daar dan dus om onze kunstenaar te ondersteunen; zo zie ik het. In de Nieuwe Luxor zag ik opeens wat dat ondersteunen in de praktijk betekent: de kunstenaars gaan aan ons vragen: hoe gaat het, en wij gaan de hele receptie gebruiken om dat te vertellen. F (of B) deed dat, ik deed dat, de hele Spamalot-cast zat verspreid in de foyer van de Nieuwe Luxor naar de verhalen hun genodigden te luisteren. Deze manier van ondersteunen, die kan wel verbeterd worden.

2 opmerkingen:

Jelle van Dijk zei

"F, of B", ha ha, mooi! Die zin verdient een Grunberg-achtig boek om zich heen.

Rik Almekinders zei

Ik vind Grunberg erg scherp, de keren dat ik hem lees in de Volkskrant.