woensdag 11 november 2009

ventilatie (1)


Op de bouwtekening van ons huis stonden twee kruisjes, op de bovenste verdieping. We hadden nog wel gevraagd wat dat was, die kruisjes, maar dat was gewoon de mechanische ventilatie, waar nou eenmaal geen ontkomen aan was, in moderne huizen, die aan de strengste milieu-eisen moeten voldoen. En mechanische ventilatie is NIET warmtebalansventilatie, en het woord niet valt in deze regel op, omdat wij, na slechte ervaringen met warmtebalansventilatie, echt niet weer warmtebalansventilatie wilden. Maar inderdaad, mechanische ventilatie is niet warmtebalansventilatie. Onze mechanische ventilatie hoor je niet, ook niet nadat ik de stekker ervan in het stopcontact gestoken had.

Toch is alleen maar een kruisje op een bouwtekening wel een erg bescheiden symbool voor wat er uiteindelijk op die plaats komt te hangen. Het went wel, maar de kamer oogt toch anders, met Itho CVE ecofans in twee hoeken.

Vandaag ging ik even gezellig buurten bij de ecologische bouwmarkt, waar ik leerde dat ik dampdicht en dampopen (?) had kunnen (laten) bouwen. Mijn huis is helemaal dampdicht, wat die mechanische ventilatie nodig maakt. De handleiding van Itho CVE ecofan sombert hier zelf over, op pagina 6: het aantal stofmijten is in 25 jaar 100 x groter geworden en het aantal carapatiënten is de laatste 15 jaar verdubbeld. Zou ik mijn huis nog dampopen kunnen krijgen?

dinsdag 10 november 2009

harde zeep

De enige reden die ik kan bedenken waarom mensen zeep uit een plastic fles in de douche hebben staan, is omdat ze een stuk zeep niet lekker kunnen neerzetten. Ik zelf vind het niet fijn, om mij te wassen met zeep uit een plastic fles. Ik vind het bijvoorbeeld erg moeilijk om ecologisch te doseren, terwijl ik met mijn linkerhand de zeep uit de fles in mijn rechterhand knijp. En om het inzepen uit te stellen tot ik met één hand de fles heb dichtgedaan en die ergens op een randje van de douchebak heb weggezet.

Ik houd van zeep uit één stuk. Harde zeep. Zo'n stuk zeep dat ik uit onhandelbaar hoekig materiaal tem tot het precies bij mijn lichaam past. Voor een hard stuk zeep ben ik als een vader. Maar het is waar: een hard stuk zeep kun je niet lekker wegzetten. Daardoor ziet elk zeepbakje er elke dag weer uit als het broodtrommeltje dat een hele zomervakantie in een schooltas is achtergebleven.

Bij de vaste wastafel ben ik een voorstander van de zeepbolhouder. Dat heb ik weer: nostalgisch, heet zo'n ding op het internet. Kan iemand van de zeepbolhouder iets maken dat ik graag onder de douche gebruik?

maandag 9 november 2009

kraan (2)


Toch ben ik ook weer vastgelopen in het boekje Verbrandingsmotoren, dat ik een week geleden nog zo prees. Ik ben echt wel een bijtertje, als het op lezen en iets willen weten aankomt, maar bij technische boeken ga ik na een pagina of twintig op zwart. En helaas is dat nu alweer gebeurd, bij ir C.Kerkhoven w.i. In zijn boek gebeurde dat op pagina 28, waar hij schrijft: Bij bepaling van het scheepsvermogen dient men erop te letten dat het door de schroef opgenomen vermogen evenredig met de derde macht van het toerental verandert.

Dit stoort mij, omdat ik dan wil weten waarom de rede evenmachtig met de derde schroef van het scheepsvermogen verandert. Alle hier door mij gerecenceerde boeken deden dat: verklaringen achterwege laten. Wel veel met formules strooien, maar naar mate het boek vordert steeds vaker vergetend waar die formules op gebaseerd zijn. Ik vermoed dat het eigenlijk niet de bedoeling is, dat wij techniek echt begrijpen. Techniek moet je doen, begrepen! En dat je door het doen het uiteindelijk begrijpt, ooit, een keer, dat is op z'n hoogst mooi meegenomen.

Het doet me denken aan de thermostaatkraan die ons nieuwe huis heeft. Zeker een week heb ik me verzoend met het lullige straaltje water dat hij bood, tot ik er achterkwam dat er een waterbesparende pal op zit, die je moet indrukken als je een stevige straal wilt. Ik heb alleen uit onvrijwillige onwetendheid een week lang water bespaard.

vrijdag 6 november 2009

entiteiten

Het eerste huis dat wij kochten was een bouwvallige bovenwoning in Den Haag. Oudere buurtbewoners wisten dat in dat huis een dementerende prostituee in ruste eenzaam gestorven was. Als we in bed lagen hoorden we regelmatig voetstappen in het grote huis, of een fietsbel die afging. Mijn schoonmoeder heeft het oude spook vriendelijk maar dwingend verzocht om het huis te verlaten en daarna alle kamers met brandende salie gereinigd. Dat hielp goed.

Ons nieuwe huis, dat we zelf helemaal nieuw hebben laten bouwen, heeft ook iets onaangenaams. Het is natuurlijk nog niet af, maar het is ook net alsof de bouwvakkers het huis nog niet verlaten hebben. Er hangt een bouwvakkersfeer. Daarnaast gaan er lichten aan en uit, vallen voorwerpen om en zijn er voetstappen. Mijn zoon durft zijn slaapkamer niet in omdat er een man naast zijn bed staat (zegt hij).

Mijn vrouw heeft de hulpdienst geraadpleegd, en inderdaad: er bevinden zich drie entiteiten in ons huis. Geen kwaaie, hoor. Ze zitten gezellig biertjes te drinken. Ze zijn van de zomer in ons huis getrokken, toen het leeg stond. Gisterenavond heb ik ze de deur gewezen en uitgezwaaid.

donderdag 5 november 2009

elektriciteit


Op de website van de NVvM - de Nederlandse Vereniging van Macrobiotiek - staat nog vrij mild: produkten die zeker vermeden moeten worden zijn [...] en voedsel uit de magnetron. Gisteren sprak ik een macrobioot die alle elektriciteit bij de voedselbereiding afkeurde. Elektrisch koken, de elektrische eierwarmer, maar vooral de elektrische oven: ze paralyseren elke traag en zorgvuldig door de natuur gevormde grondstof.

Ik vind het altijd fijn, als iemand elektriciteit bestempelt als een schadelijke uitvinding.

Het opmerkelijke was dat hij in datzelfde gesprek voorstelde om een elektrische auto te bouwen. Ikzelf wil, met mate, best soms een geparalyseerd ei of elektrisch verlamde kippesoep eten. Bij voorkeur gedachteloos, terwijl ik in de Telegraaf blader. Maar om zelf in zo'n magnetron op wielen te stappen, dat lijkt me schadelijk voor mijn traag en zorgvuldig door de natuur gevormde gestel.

woensdag 4 november 2009

verbrandingsmotoren

Het boekje, dat ik overal waar ik ga met mij meedraag, heet Verbrandingsmotoren ; het is geschreven door ir C. Kerkhoven w.i., leraar aan de h.t.s. te Rotterdam. Het boekje opent op pagina XV met een historisch overzicht, en wat blijkt: het is allemaal begonnen met Christiaan Huygens, die al in 1680 trachtte arbeid te verrichten door kruit in een cilinder te verbranden. Die dekselse Christiaan! Was hij misschien op het idee gekomen toen hij in de boekenkist uit het Muiderslot ontsnapt was?

En wat te denken van de eerste zescilinderauto ter wereld (1902), gebouwd in autofabriek Trompenburg te Amsterdam? Of de Vulcanus, het eerste zeegaande motorschip ter wereld, gebouwd door Werkspoor, in 1910? Of het octrooi uit 1935 van dr H vd Horst op hardchromen? Ik heb geen idee wat dat laatste met het onderwerp te maken heeft, maar ik voel dat ik opzwel van nationale trots.

Zo voerde de directeur van de Kon. Mij. "De Schelde" - ir H.W. van Tijen - het kental T (van Tijen, vermoed ik) in, wat een betere maat is voor de belasting van een verbrandingsmotor dan het effectieve vermogen P-eff. Zo groot was het ingenieursvak, in 1956 toen Kerkhoven w.i. zijn boekje schreef. En w.i. staat natuurlijk voor werktuigbouwkundig ingenieur, dat lijkt me logisch.

dinsdag 3 november 2009

onderwijsmateriaal


Er zijn wel wat mooiere plaatjes te vinden van de villa 'Corvin' te Hilversum, die in zijn nadagen betrokken werd de elektrotechnische (privé-)MTS en internaat 'Rens en Rens'. Op die plaatjes zie je de achterkant van het gebouw, met een aflopend engels landschapspark. In dat landschapspark sleede ik, op een leeftijd dat ik eigenlijk op een brommer had horen te rijden. Dit grauwe plaatje dateert uit die tijd van dat sleeën. De Rens en Rens kwijnde en nog een jaar later stond villa Corvin leeg. Het gebouw leek in grote spoed verlaten, want binnen lagen de meubels nog, enkele practicumopstellingen en allerlei onderwijsmateriaal.

In dat onderwijsmateriaal heb ik eindeloos staan bladeren. Onooglijke kleine vergeelde boekjes waren het, oeverloos volgetypt tot het opeens klaar was, bij paragraaf 35.16.1. Ik had op mijn middelbare school maar één leerboek dat zo vergeeld, compact en indrukwekkend was. Kleine Griekse Grammatica heette dat, wat een grappige naam is, omdat de Griekse grammatica ongeveer de grootste grammatica is die je kan verzinnen.

Ik geloof dat ik nu een boekje gevonden heb dat de ouderwetsige onderwijskwaliteit heeft waar ik van houd: klein en uitputtend. Het is een boekje van Stam Educaboek uit 1980. Alles staat erin (over verbrandingsmotoren). De eerste zin is meteen hoopgevend: In dit boek is steeds getracht de stof eenvoudig te houden om algemeen inzicht te geven en detaillering te vermijden. Morgen nog meer van die ouderwetsige citaten.