dinsdag 23 november 2010

rietje

Afgelopen weekend deden we een uitje, naar de Nederlandse horeca, want zonder dat is het nauwelijks een uitje. Mijn vrouw en ik dronken bitter lemon, mijn zoon Chocomel en mijn dochter nam Slush Puppie tot zich. Ik zou Slush Puppie schaafijs willen noemen, maar omdat ik van beide het fijne niet weet zal ik alleen beschrijven wat ik zag. Slush Puppie is blauw smeltend waterijs in een bekertje. Slush Puppie komt met een rietje dat daarvoor speciaal ontworpen is: de diameter van het rietje is extra groot (zodat er ijsbrokjes doorheen kunnen) en aan de onderzijde is het rietje niet recht, maar zodanig afgesneden dat er een soort lepeltje ontstaat (ik begrijp niet waar dat voor dient). Dit rietje werkt allicht beter dan een gewoon rietje, maar het blijft toch erg zwaar werk om de hele Slush Puppie erdoor op te zuigen. Mijn dochter deed dat ook niet, zoals de meeste dochters die ik elders Slush Puppies tot zich heb zien nemen. Een kwart bleef over.

Ik dronk dus bitter lemon. Voor bitter lemon bestaat geen speciaal rietje, dus mijn rietje was een standaardrietje. Mijn rietje dreef door het koolzuur steeds omhoog; soms zo hoog dat hij bijna uit het flesje kiepte. En er gebeurde nog iets anders: nadat ik gedronken had en het rietje losliet, bleef de bitter lemon uit het rietje opwellen, als lava uit een vulkaan. Eerlijk gezegd: ik wil dat niet. Ik wil dat de bitter lemon alleen uit het rietje komt als ik zuig. En dat omhoog drijven vind ik ook stom.

Mijn zoon dronk Chocomel, met een standaardrietje. Toen de Chocomel bijna op was, kantelde hij het flesje om het laatste beetje eruit de krijgen. Hij heeft te weinig ervaring met rietjes om te weten dat je het rietje dan in het laatste beetje vloeistof moet steken en dat verder kantelen niet helpt. Maar hij kantelde wel verder en schonk de laatste Chocomel zodoende over zijn trui en hemd.

Blijkbaar valt er aan rietjes te weinig te verdienen om er eens echt goed over na te denken.

maandag 22 november 2010

trouw is de andere wang


Afgelopen vrijdag heeft Trouw is de andere wang, de roman van Peter Bekkers, de Grote Jongerenliteratuurprijs 2010 gewonnen. Peter is daarmee de eerste Nederlandse auteur die deze prijs wint. Overigens is 2010 het eerste jaar waarin deze prijs werd uitgereikt. De prijs is een bekroning voor een auteur die in staat is om thematisch en stylistisch aan te sluiten bij wat jongvolwassenen - tussen de vijftien en de vijfentwintig jaar - interesseert. Dit staat zo niet in het juryrapport, maar een soortgelijke tekst had daar niet misstaan. Ik heb wel talent voor het schrijven van juryrapporten, al zeg ik het zelf.

De auteurswebsite van De Geus, zijn uitgever, meldt dat hij hoofdredacteur [is] van de Product Design Daily, een e-krant over vormgeving. De site van De Geus is helaas niet helemaal actueel, want Peter Bekkers is de misschien nog wel de hoofdredacteur van Product Design Daily, maar deze e-krant over vormgeving bestaat helaas niet meer. PDD is opgedoekt.

Ik vind dat jammer, want ik denk dat een studierichting zonder e-krant, zeker eentje die over zoiets ontastbaars en modieus gaat als vormgeving, een armzalige opleiding is. En misschien was Peter een onhandige hoofdredacteur, eentje namelijk die zelf de hele e-krant volschreef; hij deed dat wel terwijl hij - nu officieel erkend - in staat is om thematisch en stylistisch aan te sluiten bij wat jongvolwassenen (studenten) interesseert.

vrijdag 19 november 2010

radicaliseren

Een paar weken geleden kocht ik, daartoe aan gespoord door iemand van wie ik vind dat hij helder over de dingen nadenkt, Manifest, de krant van de NCPN. De NCPN is de Nieuwe Communistische Partij Nederland, die ontstond nadat de CPN opgegaan was in het vergoeilijkende kapitalistische Groen Links.

Ik las Manifest van voor naar achter en ik dacht, terwijl ik het las: zo is het! De analyses in Manifest zijn steeds verbijsterend simpel, maar wel waar. Alles is de schuld van het kapitalisme. Kapitalisme is niet handig. Destructief, zeg maar. Wat is er mis met een simpele analyse als hij juist is? Help, ik zit hier vreselijk te radicaliseren.

Daarom nog een ander belangrijk onderwerp: hoe knip ik de nagels van mijn rechterhand? Ik heb ontdekt dat nagelbijten slecht is voor mijn gebit, maar onze nagelschaar doet het alleen als ik 'm in mijn rechterhand houd; met links doet hij het niet. Is dat symbolisch?

donderdag 18 november 2010

zink


Mijn vader heeft meegewerkt aan een bouwpakket, waarmee uit zinken onderdelen een neushoorn in elkaar gezet kan worden. Van dit pakket zijn er inmiddels tien gemaakt, en het lijkt erop dat deze tien gemaakt zijn om te testen of het bouwpakket deugt. Afgelopen maandag heb ik dat gedaan. Leuk! Zink is veel leuker dan karton, en makkelijker ook. Zink kan ik buigen en dan houdt het zijn vorm. Mijn vader haalt zijn zink uit de afvalcontainer van een loodgieter. Zink kan ik makkelijk solderen, met soldeertin (duur, zegt mijn vader, want een rolletje kost 6 euro) en een grappig handzaam gasbrandertje, dat me ook niet bijzonder duur lijkt. Binnenkort is de zinken neushoorn klaar en kan die in de tuin staan om een prachtig patina te krijgen.

Ik ben erg opgetogen over hoe laagdrempelig zink verwerkt kan worden. Zink is, na staal, aluminium en koper het meest gebruikte metaal ter wereld. Zinken bouwpakketten knutselen is wat mij betreft de hobby van 2011. Zink is leuk, zink is belangrijk, ... maar is zink ook een goed idee?

Lenntech uit Delft schrijft hierover: De mondiale zinkproductie neemt nog steeds toe. [...] Eén van de gevolgen hiervan is dat rivieren zinkbevattend slib afzetten. [...] Wanneer zink het lichaam van vissen binnengaat, kan het ook omhoog klimmen in de voedselketen. [...] Wanneer de bodem van landbouwgrond is verontreinigd met zink, kan het vee dit opnemen en schade aan hun gezondheid ondervinden. [...] Zink is niet alleen een bedreiging voor vee, maar ook voor planten. Planten nemen vaak zoveel zink op, dat hun systemen het niet meer aankunnen, vanwege de accumulatie van zink in bodems. Op zink-rijke gronden hebben slechts een paar planten een kans om te overleven. [...] Vanwege de effecten op planten vormt zink een ernstige bedreiging voor de productie van landbouwgronden. Desondanks worden er nog veel zinkbevattende kunstmeststoffen gebruikt.
Ik zeg: laten we neushoorns maken van kunstmest.

dinsdag 16 november 2010

verticale boerderij

In de Techno!, een Kijk-achtige glossy die gratis op technische hogescholen verspreid wordt - staat deze week een artikel over verticale boerderijen. Die verticale boerderijen zien er natuurlijk heel glossy uit, want anders mogen ze niet in Techno!. Lowtechmagazine heeft al heel goed aandacht besteed aan de verticale boerderij, zoals dat hoort: niet glossy, maar weldoordacht. Is dat nou wat, een verticale boerderij?

Ik denk dat je van leegstaande kantoorpanden beter een verticale boerderij kunt maken dan helemaal niks. Voor de massaal leegstaande kantoorruimte heb ik nu dus al twee oplossingen, die wat mij betreft allebei rendabel zouden moeten zijn: mensen er in (om te wonen) en, of, en/of planten en dieren erin (om op te eten). Het is wel bewezen dat mensen opgestapeld in een flat kunnen wonen. In Nice, met uitzicht op zee, of in New York, met uitzicht op skyline, is het zelfs de hoogstwaardige manier van wonen die er is.

Maar bij gestapeld landbouwen lijkt me dat het toetredende zonlicht toch een probleem is. Ik denk dat direct zonlicht toch op zijn minst af en toe nodig is: onder een afdak wordt het gras uiteindelijk bruin, volgens mij. En of je nou hoog of laag landbouwt, het invallende zonlicht kan maar één keer direct invallen. Of zou het echt kunnen werken met alleen maar indirect zonlicht (het licht dus, dat afkomstig is van bijvoorbeeld de wolken en de witte gebouwen rondom de verticale boerderij)? Dit viel mij in: Het licht dat weerkaatst wordt door de verticale boerderij zelf, het licht binnen dus, is vooral groen licht, en daar hebben groen planten niks meer aan, want anders zouden ze het zelf niet weerkaatsen. Ik geloof dus alleen in een verticale boerderij als de groene planten bovenin zitten en de rode kool beneden.

maandag 15 november 2010

fly


Eind vorig jaar gaf ik mijn derdejaars studenten de opdracht om een attribuut te bedenken dat niet meer dan 5 kg woog en dat hielp om een mens te laten vliegen. En hier kwamen ze mee: vuurwerk, heliumballonnen, parachutes en trampolines.

Ik had de opdracht uitgezet met de arrogantie van een oudere ontwerper, want ik had zelf de droomoplossing allang bedacht: vleugels. Ik denk dat als je de subtiele bewegingen die handen en armen kunnen maken vergroot, met krachtversterking en vleugeloppervlak, dat mensen best kunnen leren om, gebruik makend van thermiek, op te stijgen en weer te landen. Ik geloof zelfs dat dit hele ding in een kastje van 5 kg op een rug zou kunnen passen.

Hoe zit dat toch, met oudere ontwerpers, zoals bijvoorbeeld Philippe Starcke en ik? We hebben voor op jonge kinderen dat we eventueel in staat zijn om onze ideeën met een beschaafd accent en moeilijke woorden te verkopen in een nog niet volledig overtuigde omgeving. Philippe kan dat ietsje beter dan ik. Maar de ideeën van de oudjes zijn toch niet beter dan die van de jonkies? Het is alleen door ons ongelofelijke succes dat Philippe en ik onze moedeloosheid hebben overwonnen en zulke dingen (weer) (bijna) onbeschaamd durven te presenteren.

vrijdag 12 november 2010

wielen

Het jeugdblad Kijk was in mijn jeugd de Nederlandse versie van Dougal Dixon. In elk nummer stond wel een item over de toekomst van de biologie, en ik vond dat tamelijk vreeswekkend. Ik was nooit geaboneerd op de Kijk; deels omdat ik, als tienjarige, het blad cultureel gezien onder mijn niveau vond, maar vooral, en dat was veel belangrijker, omdat ik er nachtmerries van kreeg.

Ik herinner me een artikel over de domheid van de natuur: waarom, stelde Kijk, hadden dieren geen wielen? Wielen, vond Kijk, waren toch veel efficienter dan poten? Je kunt toch veel harder, op wielen, zeker als je - als dier - in vlakke gebieden opereert, zoals in de woestijn of langs het strand.

Maar de aardkorst is vrijwel nergens vlak. Dat aanleggen en onderhouden van vlakke wegen is toch eigenlijk een oeverloos gedoe? En zijn poten echt wel inefficiënt? Ik denk dat in een levend organisme met wielen de glijlagers en de sleepcontacten zeer gevoelige orgaantjes worden. Die zijn elke winter ontstoken, schat ik. En dat ronddraaien van wielen, waarom is dat nou eigenlijk slim? Ik wil toch niet ronddraaien, ik wil afstand overbruggen. Het is vooral erg vergezocht, een wiel.