maandag 28 februari 2011

didactiek


In het najaar ben ik docent mechanica, in het voorjaar ben ik docent thermo-dynamica. Als mensen mij nu - in de winter - vragen wat ik ben, noem ik mezelf docent mechanica.

Als ik mechanica geef ben ik nogal belangrijk, omdat ik een van de weinigen ben die het begrijpt of er zin in heeft om het uit te leggen. Als ik thermo-dynamica geef ben ik niet meer zo belangrijk. De thermo-dynamica wijst zichzelf, of misschien begrijp ik er zelf weer niet genoeg van om er een coherent programma van de maken.

Het lijkt wel alsof de thermo-dynamica alleen maar een verzameling praktische toverformules is, die daardoor ook meteen toegepast kunnen worden op de dingen om ons heen. En ondanks dat ik zeg mechanica te begrijpen en uit te kunnen leggen, lukt me dat met de mechanica vrijwel nooit. Mechanica toepassen, waar zijn de mensen die dat kunnen?

vrijdag 25 februari 2011

Congo (laatst)

Gisteren heb ik Congo uitgelezen, het boek waar ik begin deze maand in begon. De wreedheden in het boek houden niet op, en mijn betrokkenheid met de slachtoffers van die wreedheden werd niet groter, naarmate de jaartallen meer gingen samenvallen met mijn bewuste leven. Zo ging het: het exposeren van Pygmeeën op een tentoonstelling in België maakt dat ik bijna moest overgeven van empathie, voor gevoel voor de Oostcongolese kindsoldaten van nu en hun slachtoffers moest ik echt mijn best doen.

Ik probeer terug te vinden waar hij het schreef, wat me zo snel niet lukte in een tekst van bijna 600 pagina's. Er staat namelijk ergens dat oost-Congo, waar mensen tot slavernij gedwongen worden om met zeer primitief gereedschap de grondstoffen van de micro-eletronica uit de grond op te graven, een vooruitblik is op de wereld van schaarste en overbevolking. Blijkbaar verwacht de schrijver dat al die narigheid blijft, groeit en succesvol over de hele wereld geëxporteerd zal worden. Ik geloof dat niet. Of: ik geloof niet dat het zin heeft om dat te geloven.

Ik vind dat het boek heel vrolijk en optimistisch eindigt. In het laatste hoofdstuk wordt beschreven hoe China en Congo elkaar ontdekt hebben. China heeft het initiatief genomen, en er is vast van alles aan te merken op de manier waarop dat gebeurt, maar alleen al omdat het zo anders is dan hoe het in Kuifje in Afrika en in Kuifje en de Blauwe Lotus beschreven en getekend is ben ik heel blij geworden van Congo. Voor mensen met een gevoelige maag: lees alleen het laatste hoofdstuk.

donderdag 24 februari 2011

betere wereld


Soms ben ik, als vertegenwoordiger van dit blog, op twitter. Twitter is een medium dat ik door het te doen probeer te begrijpen en lief te hebben, maar dat lukt me nog niet zo erg goed. Ik vind twitter moeilijk. En de dingen die ik moeilijk vind, daar maak ik een rommeltje van. Hoe hard ik mijn best ook doe om twitter op te ruimen en aan te vegen, ik blijf het er een rommeltje vinden.

Ik heb bedacht dat ik als vertegenwoordiger van dit blog op twitter mensen moet volgen die - net als ik - nadenken of nieuwtjes hebben over groene/nieuwe/nuttige technologie. Die volg ik dus, maar dat gaat nog tamelijk stroef. Punt is, dat ik geloof dat het niet werkelijk groen/nieuw/nuttig is om over groene/nieuwe/nuttige technologie te twitteren. Waarschijnlijk is het nutteloos om te proberen iets te begrijpen of ervan te houden, zolang ik nog zoveel weerstand voel.

Hier thuis twittert een postbode ook de gratis huis-aan-huiskrant de betere wereld door de brievenbus. Daar staan vaak best leuke nieuwtjes in, maar ik moet er altijd door iemand anders toe aangespoord worden om ze ook te lezen, want die hele gratis bij mij naar binnen getwitterde betere wereld staat mij tegen. Ik voel me niet thuis in de betere wereld. Dit zegt overigens mee over mij dan over de (ver)beter(d)e wereld.

dinsdag 22 februari 2011

systeem

Dat is wel snel gegaan; afvalscheiding is hier thuis nu net zo gewoon als alle andere gewone dingen waar ik niet meer over na hoef te denken. Hier wordt gescheiden: papier en karton; batterijen; inheemse groenten, fruit en bloemen; plastic; glas; grof vuil; hout; elektronica en restafval (het is de bedoeling dat hier negen categorieën te zien zijn). Voor elke categorie is een prullenbak(je) aangeschaft, want anders lukt het natuurlijk niet.

Eerst wilde ik van alle spullen die zich ongewenst in mijn huis ophouden, maar die (misschien) nog wel wat waarde hebben de tiende categorie maken, maar eerlijk is eerlijk, voor die categorie hebben we geen prullenbak gekocht. Voor die categorie hebben we een hele kamer in gebruik genomen. Komt u toch alsjeblieft allemaal langs, om de spullen te uit te zoeken die zich ongewenst in ons huis ophouden, en die (misschien) nog wel wat waarde vertegenwoordigen!

Ik ben progressief, want ik heb behoefte aan nog een elfde categorie; ik wil graag ook metaal scheiden. De blikjes en het aluminiumfolie. En sinds de output mijn huis uit zo soepel en systematisch verloopt, krijg ik ook behoefte aan soepele en systematische input. Vanmorgen heb ik voor het eerst in mijn leven bij het inpakken van de plastic tassen bij de kassa van de supermarkt nagedacht over de distributie ervan, later, thuis. Zodoende had ik een groentetas, een eiwittentas en twee kruidenierswarentassen.

maandag 21 februari 2011

accu's


Afgelopen weekend moest ik ergens in huis enkele schroeven indraaien. Mijn verstandige vrouw tipte me dat ik eerst de accu van de elektrische schroevendraaier moest opladen, en dan een uurtje later het klusje moest doen. Eerst had ik twee accu's voor mijn elektrische schroevendraaier, maar op een dag was ik een accu in de oplader vergeten, waar een accu, na anderhalve dag opladen, niet tegen blijkt te kunnen. Een elektrische schroevendraaier met alleen maar één accu, die kan ik allen gebruiken als ik eerst tijd neem om die ene accu op te laden.

Bij een bouwmarkt vroeg ik of ik één accu kon kopen, voor mijn elektrische schroevendraaier. De verkoper zei dat dat natuurlijk niet kon, dat het goedkoper was om een nieuwe elektrische schroevendraaier te kopen en dat het niet zo slim van mij was om een accu te lang in de oplader te laten zitten. (Worden medewerkers van de bouwmarkt opgeleid om zulke dingen tegen klanten te zeggen, of was dit een argeloos eigen initiatief?) Ik zei: nou, ik verzin zelf wel een oplossing.

Ik bedacht, als uitvinder, dat ik de oplader misschien wel direct en definitief aan de elektrische schroevendraaier kon monteren: een snoer aan de elektrische schroevendraaier maken dus. Maar ik dacht ook aan de geweldige verzameling handboren en manuele boormachines van Low-tech Magazine. Het schroeft en boort natuurlijk heerlijk, met handboren en manuele boormachines, maar ik heb daar twee handen voor nodig. En dat is ondenkbaar, klussen met twee handen.

vrijdag 18 februari 2011

post-modernisme

Op het Javaplein in Amsterdam is het Borneohof van de Alliantie bijna klaar. De Alliantie zegt er zelf over: opvallend is de toren, een landmark voor de buurt. Ja, zeg dat wel: het Borneohof heeft een toren. Ik probeer vanaf de buitenkant van het gebouw te bedenken of die toren, naast landmark zijn, nog een andere functie heeft. Ik denk dat de toren een vermomde liftkoker is.

Een landmark, dat had de Indische buurt nog niet. En een landmark is best handig; Indische buurters kunnen nu zeggen: ik woon vlakbij een landmark. Zo geeft de Alliantie vorm aan de maatschappelijke opdracht: ook denken aan de mensen die geen navigatiesysteem hebben.

Een soort post-modernisme, zo'n landmark. Ik erger me dagelijks aan mijn trapleuning: een rechte balk die met op vier blokjes aan de muur geschroefd is. Om de vijf treden moet ik mijn hand van de leuning halen om mijn vingers niet te bezeren aan die blokjes. Ik wil die lelijke modernistische trapleuning niet! Ik wil post-modernistisch comfort!

donderdag 17 februari 2011

blasfemie


In mijn geboortedorp staat de enorme katholieke St Vituskerk van architect Cuypers. Het is een jeugdwerkje van Cuypers, maar ook de jeugdwerkjes van Cuypers zijn kolossaal. In de Vitus passen de meeste kerkgangers van alle katholieke kerken in Nederland. Ik ken de kerkgang van mijn goddeloze geboortedorp niet precies, maar ik schat dat de kerk nooit bomvol zit.

Ach, die kerken van Nederland. Best mooi misschien, of in ieder geval markant. Twee dingen zijn wat mij betreft markant: zo'n wolkenkrabber met een klok, een bel en een haan en de mystieke sfeer van een kerkinterieur. Hergebruik van een kerkgebouw, dat vind ik blasfemisch. Een supermarkt, een bibliotheek, of een appartementencomplex maken in de heilige binnenkant van een afgedankt kerkgebouw, het lijkt me uitermate ongezond voor de gebruikers. Dat voelt niet goed, zou mijn tante zeggen.

Maar zo'n toren, die mag van mij wel hergebruikt worden. Ik denk dat er wel belangstellig is voor een penthouse op honderd meter hoogte in de Vitustoren van Hilversum. En voor mystieke sfeer van het interieur heb ik niet dat hele kerkgebouw nodig: alleen het koor (zoals bij de Dom van Utrecht) is voor mij al genoeg. En die Dom - zonder schip - is toch ook nog steeds een Rijksmonumdent?