vrijdag 29 januari 2010

stromingsleer

De aandacht van de directeur van het Warenhuis van de Troost is nog steeds afgeleid door gedachten over de nieuwe Saab. Ik ga dus nog even verder met het ombouwen van de Toyota Aygo.

Ik had, toen ik op 19 maart vorig jaar van mijn Ford een Daf maakte, vooral moeite met de achterkant. Dat komt, doordat de aerodynamische functie van de voorkant van een auto duidelijk is: de voorkant moet hard, rond en glad zijn, om de lucht waar de auto doorheen moet opzij te schuiven. Daardoor is er direct achter de auto geen lucht; die heeft de voorkant immers opzij geschoven. Achter de auto is dus een vacuüm, en dat is erg slecht voor de snelheid voorwaarts. Het is de taak van de achterkant van een auto om dat vacuüm aan de achterkant zo klein mogelijk te krijgen. Is daar wel eens over nagedacht?

Volgens mij kan dat op twee manieren. De eerste manier is om de achterkant van de auto heel rommelig te maken; zacht, hoekig en ruw (precies het tegenovergestelde van de voorkant dus). Zoals het uiteinde van een waterdruppel fibreert, zou de achterkant van een auto dat ook moeten doen, bijvoorbeeld met linten die erachteraan wapperen. De andere manier is door actief lucht in het vacuüm te blazen. Ik kan mij voorstellen dat het zinvol is om een groot deel van het motorvermogen te gebruiken om lucht van onder (en voor de auto) weg te zuigen en dat direct achter de auto te blazen. Dit moet een snelheidsafhankelijk systeem worden, uiteraard.

donderdag 28 januari 2010

Saab


Opeens zie ik overal Saabs. Blijkbaar doet de aankoop van dat merk door de Nederlander Victor Muller me meer dan ik zou willen. Twintig jaar geleden had ik allerlei gekrenkte gevoelens bij het Zweedse merk Volvo (en dat kwam door Daf), ... van Saab hou ik nu meer dan eerst.

Anderhalf jaar geleden bekokstoofde ik met mijn collega M een plan om mijn werkgever aan de grote groep auto-liefhebbende jongens van Nederland een onderwijsmodule ' automotive' te laten aanbieden. Autodesign en -techniek, in samenwerking met alle autobouwers uit de Flevopolder, waar M contacten mee heeft. M de contacten en de techniek, ik het design en de brutaliteit, dat was de basis van onze samenwerking. Misschien omdat ik met mijn brutaliteit even later een jaar in Groningen ging wonen is het plan er nooit gekomen. Het voelt, alsof mij nu meteen de gelegenheid ontglipt is om echt mee te denken over Saab, daar in de Flevopolder.

De Zweedse regering staat garant voor het zesvoudige van wat Muller voor Saab betaalt, mits Saab duurzamere auto's gaat ontwikkelen (of zoiets). En ik voel aan mijn water dat het niks mag kosten, dat ontwikkelen. Vooral een onderstel schijnt erg duur te zijn (waarom eigenlijk?). De goedkoopste en effectiefste manier om aan een (ik schat: 10%) duurzame Saab te komen, is door een klein zuinig autootje, bijvoorbeeld de Toyota Aygo, te versaben. Op 22 maart vorig jaar toonde ik hier al aan dat het ombouwen van een Ford tot een Daf een koud kunstje is, dus waarom niet. Voor wie niet weet van versaben is: dat is turbo's op de motor, ruitenwissers op de koplampen, een gekke voorruit en het contactslot tussen de voorstoelen. Maar wel goed en overtuigend!

woensdag 27 januari 2010

verlichting

De enige werkelijk duurzame verlichting is zonlicht, lijkt mij. Volgens mij is het dan zinnig om te zorgen dat ik alleen dingen doe waar ik licht bij nodig heb als er zonlicht is. Een kwestie van organiseren dus. Het bouwbesluit is daarop al prima ingericht; de eisen aan de natuurlijke lichtinval in elk nieuw gebouw zijn tamelijk hoog. Het enige wat werkgevers hoeven te doen, is in de zomer werkgelegenheid bieden van vijf uur 's morgens tot tien uur 's avonds en in de winter van tien tot vier. Werkloosheid en lange vakanties kun je het beste in de winter organiseren.

Tot die tijd zitten we nog met elektrische verlichting. Ik denk dat het komt doordat verlichting licht geeft, dat het zo opvalt en dat daardoor iedereen denkt dat het de verlichting is, waar de milieupijn zit. Ik geloof niet in spaarlampen en led-verlichting en bewegingssensors. Ik zag wel eens een taartgrafiek over mondiaal energiegebruik, en het stuk taart dat verlichting voorstelde was echt maar een klein stukje.

Soms koop ik, omdat ik zelfs te lamlendig ben om een robuuste mening over verlichting te hebben, een spaarlamp. De goedkoopste, dat wel, maar die is al best duur. Er hangt er bijvoorbeeld één in de wc. Het is weliswaar een goedkope spaarlamp, maar ook een recente en toch wil hij nog steeds niet in één keer aan. Hij moet eerst gewekt worden, ofzo. Sorry, maar bij moderne techniek ben ik daar echt niet geduldig genoeg voor. Ik ga dan aan-uit-aan-uit-aan -uit doen met het bijzonder snelle lichtknopje (lekker geluidje maakt het lichtknopje daarbij!). Zolang spaarlampen gemiddeld één seconde nodig hebben om een soort licht te gaan verspreiden, pleit ik voor lichtknopjes die één seconde nodig hebben om te schakelen. Een lichtknopje met schroefdraad bijvoorbeeld.

dinsdag 26 januari 2010

100%


In mijn Warenhuis van de Troost zijn spullen te koop die duurzaam zijn. 100% duurzaam, wat dus heel erg duurzaam is. Op het tobberige af duurzaam, want hoe duurzaam is iets bijvoorbeeld nog, als het na aanschaf thuisbezorgd wordt door een vriendelijke buurman die ooit in zijn leven varkensvlees gegeten heeft? Of als de klant er, na aanschaf, om een of andere reden niet tevreden over is en besluit om het product niet te gebruiken?

Vooruit, de waren van het Warenhuis van de Troost zijn misschien niet 100% duurzaam. En hoe groot het percentage duurzaamheid dan wel is, sorry, ik vind het niet duurzaam om tijd en energie te steken in het uitrekenen daarvan. Duurzaam is eigenlijk gewoon wat ik duurzaam vind. En ik ben de baas van het Warenhuis van de Troost.

Ik denk dat het wel goed is als elk product in het warenhuis een label krijgt waarin uitgelegd wordt wat er nou eigenlijk zo duurzaam aan is. En op datzelfde label staat ook wat er misschien nog duurzamer zou kunnen. Bijvoorbeeld: het gerecyclede koper uit de warmtewisselaar zou gewonnen kunnen zijn onder mensonterende arbeidsomstandigheden. Sorry daarvoor.

maandag 25 januari 2010

presentaties

De eerstejaars studentengroepen ED&I hebben afgelopen vrijdag hun energie-adviezen, waarover ik 10 december al een logje schreef, gepresenteerd. Aan docenten; (nog) niet aan de gemeentes waarvoor ze werkten, voor zover ik weet. Ik kan niet op tegen de onderzoekskracht van honderd studenten, dus ik heb goed naar ze geluisterd. En wat ze zeggen zal wel waar zijn, net zoals wat ik beweer altijd waar is. Hieronder een paar opvallende uitkomsten.

Dit zeggen ze: het maken van elke duurzame installatie (zonnecellen, windmolens) heeft meer energie gekost, dan die installatie ooit zal opleveren. Dat geldt dus ook voor de huizen in Texel, die standaard worden geïsoleerd met schapenwol. En voor de biomassacentrale in de gemeente Utrechse Heuvelrug, die alleen biomassa verbrandt, omdat huisvuil verbranden nieuwe kooldioxide in de atmosfeer brengt. Huisvuil wordt dus uit de gemeente Utrechtse Heuvelrug naar andere gemeentes gebracht, die minder hoge atmosfeerambities hebben.

Het staalbedrijf Corus in IJmuiden produceert 300 MW warmte en heeft van de gemeente Velsen toestemming om dat, in de vorm van 50 graden warm water, in het Noordzeekanaal te lozen. Corus wil er niets anders mee doen dan lozen, omdat, wegens de instabiele staalmarkt, 300 MW geen garantie is. Mijn bewondering voor de mensen die bij IJmuiden een nieuwjaarsduik nemen is hierdoor wat getemperd.

vrijdag 22 januari 2010

salie branden


Op 6 november vorig jaar schreef ik hier een logje over de entiteiten die in ons huis de dingen laten omvallen, op trappen lopen en die de deuren in hun scharnieren laten kraken, en dat ik ze op 5 november de deur gewezen en uitgezwaaid heb. De entiteiten hebben zich toen niet genoeg van mij aangetrokken, want hun aanwezigheid bleef voelbaar. Tenminste, dat maak ik op uit de reacties van de mensen die er gevoelig voor zijn. Ik had de remedie ook al sinds november in huis: een pond gedroogde salie. Woensdagochtend heb ik het huis daarmee gereinigd, door de salie smeulend langs alle plinten van het huis (ongeveer 210 meter) te dragen, in een zelfgemaakte saliebrander.

Als ik nog een keer ergens spoken moet verjagen ('Ga naar het licht! Ga naar het licht!') doe ik dat weer met de saliebrander die ik woensdag ontwikkeld heb. Aan een theezeefje hangt een grote aardappel, waarin een waxinelichtje brandt. Het vlammetje jaagt de salie aan, die anders na enkele seconden ophoudt met smeulen. De aardappel smelt niet, zoals de plastic bekertjes, die ik eerst gebruikte. Salie stinkt echt minder erg dan brandend plastic.

Ook nadat ik de vernuftige brander gemaakt had was er nog een hoop denkwerk: ik moest de spoken in elke kamer een rookvrije vluchtroute naar buiten bieden, door een open raam. Ik vermoed dat entiteiten, ondanks hun onstoffelijkheid, ervoor kiezen om de afmetingen van een mens te houden. Ik heb daarom de saliebrander wel onze grote kasten (en in het bad en de wasdroger) gehouden, maar bijvoorbeeld niet in alle laden van de keuken.

donderdag 21 januari 2010

alles komt goed

Gisteren kreeg ik een nieuwe spijkerbroek, van het merk Nudie. Nudie doet aan mensenrechten en aan organic katoen verbouwen. Mijn nieuwe spijkerbroek ziet eruit als een oude spijkerbroek; misschien is dat omdat hij 66% was afgeprijsd (in de opruiming van de Bijenkorf). Ik zie geen verband tussen opzettelijk oud gemaakte nieuwe spijkerbroeken, organic verbouwde katoen en mensenrechten. Dat maakt mij argwanend.

Nudie claimt dat ze broeken maken die meteen goed zitten. Ik heb eerder spijkerbroeken gedragen, ook van andere merken, en voor mij, met mijn ideale maten, gaat dat nooit op. Ook dit keer niet. Ik weet dat ik me een paar dagen in de nieuwe broek moet vechten, voordat hij aardig gaat zitten. Wat te denken van al die mensen met horrelvoeten, x-benen, heupdystrofie, weaterknieën, ondervoeding of obesitas? Confectie die iederen meteen goed zit bestaat niet. Daarover liegen vind ik in strijd met de mensenrechten.

Mijn broek is door een team van Italiaanse vintagespecialisten oud gemaakt. Er zijn bijvoorbeeld al slijtageplekken waar de stof gevouwen is. Door de website van Nudie kom ik erachter dat het eigenlijk de bedoeling is dat ik een onversleten Nudie koop en die 6 maanden draag zonder 'm te wassen, zodat de nastrevenswaardige second skin ontstaat, die echt van mij is, en niet van een team Italiaanse vintagespecialisten. Die specialisten lijken me een commerciële knieval, net als die zin dat Nudies meteen goed zitten. Als je een goede bedrijfsideologie hebt, wees daar dan iets trotser op, Nudie! Op de jeans die het Woonwarenhuis verkoopt zal met koeienletters staan: ZIT KLOTE. VERBODEN TE WASSEN. ALLES KOMT GOED.