
Onderweg naar huis beklim ik met mijn fiets de palingbrug. Ik doe dat lopend over een trap met mijn fiets in een speciale gleuf, want ik vind tien meter te hoog om te fietsen. In die gleuf lag gisteren een fles. Een lege plastic fles waar eerst Euroshopper Cola in gezeten had. Ik duwde de fles aan de kant, maar de fles rolde en viel van de brug, achtenhalve meter naar beneden, op de Diemerzeedijk. Tja. Ik ben die fles niet gaan ophalen; misschien drijft hij nu in het Amsterdam-Rijnkanaal.
Dit voorval lijkt op wat mij eerder overkwam met piepschuim. En dat vooral lijkt weer op wat me als kind overkwam, bij een bloemenkiosk. Mijn moeder kocht bloemen en ik keek naar de emmers met boeketten. In één emmer hing een slang, waar water uitkwam. Het water uit de slang kwam precies in één boeket terecht. Dat leek me niet de bedoeling. Beter was het, bedacht ik, als het water netjes over alle boeketten verdeeld werd. Enfin, ik ging alle boeketten ernstig besprenkelen, wat door de bloemenverkoopster niet werd gewaardeerd. Nee, dat vond de bloemenverkoopster niet leuk.
Ik heb als militair gediend bij geneeskundige troepen. Ik diende daar zonder functie, maar het lag voor de hand dat ik wel een EHBO-diploma had. Ik heb geleerd om een plastic pop te reamineren. Ik vond het zwaar werk, en mijn motivatie om het EHBO-diploma te onderhouden werd heel klein, toen iemand me wijsmaakte dat als je met reanimeren begint, het strafbaar is om daarmee te stoppen. Niks doen is eigenlijk altijd het makkelijkste.





