
Op het plaatje zie je het Moody-diagram. Het is een logaritmische grafiek; dat kun je zien doordat het niet op gewoon ruitjespapier getekend is, maar op bijzonder ruitjespapier, want de ruitjes zijn heel verschillend van vorm: groot, klein, smal, breed, hoog en laag. Niettemin zou je eraan kunnen zien dat als het Reynolds Number hoog is (onderaan aflezen en dan rechts in de grafiek), de Coefficient of Friction laag is (af te lezen op de linker as). De grafiek heeft, zoals dat heet, een dalende trend.
Ik vind dat raar. Deze grafiek gaat over de wrijving die ontstaat als een vloeistof ergens langs stroomt. Het Reynolds getal vind je door allemaal dingen te vermenigvuldigen die gevoelsmatig de wrijving verhogen: bijvoorbeeld de dichtheid van de stromende vloeistof en de snelheid waarmee het stroomt en door dat allemaal te delen door iets wat de wrijving lager maakt: de dynamische viscositeit, waarmee gewoon de glibberigheid van de vloeistof bedoeld wordt. Ik zou dus denken: een grote Reynolds geeft een grote Coefficient of Friction. Maar Moody zegt dus van niet.
Nou weet ik ook dat wrijvingscoëfficiënt nog niet de wrijving zelf is. De wrijving die optreedt vind je door die coëfficiënt (onder andere) te vermenigvuldigen met de snelheid waarmee de vloeistof stroomt, in het kwadraat. Alweer die snelheid! Wat een gerommel met die snelheid! Waarom is er geen grafiek waarmee ik in een keer de wrijving kan aflezen? Een grafiek dus, met een stijgende trend.





