vrijdag 20 november 2009

collega's

Het motto van mijn vriendin A is: het is altijd handig om iets te kunnen, en het doet er dan niet toe wat je precies kunt. Fietsen op een eenwieler bijvoorbeeld, of pingpongen of schaken.

Sinds mijn terugkeer uit Groningen heb ik mijn collega's opnieuw ontmoet, en ik ben aan het ontdekken wat zij allemaal kunnen. Of weten. Collega G weet bijvoorbeeld veel van automotoren. Dankzij hem weet ik nu waarom een boksermoter eigenlijk beter is dan een lijnmotor. En waarom een dubbele nokkenas beter is dan een enkele.

Collega M weet bijvoorbeeld veel van vliegtuigen. Ik luisterde een gesprek af van een student, die vertelde hoe M in zijn les de weg beschreef die een mensendrol aflegt in een vliegtuigromp, vanuit het minitoiletje naar onder de staart van het vliegtuig, waar - schijnt - zijn aarsopening zit. Zo wordt de mensendrol teruggegeven aan de natuur.

donderdag 19 november 2009

flessengas


Er wordt hier dus gekookt op gas. Op flessengas, want op IJburg is geen gas, althans, niet uit een leiding. Hieronder enkele observaties.

1. Ik had het waarschijnlijk heel makkelijk op het internet kunnen vinden, maar wegens het illegale karakter dat ik flessengas toedicht, heb ik mijn informatie over de distributie ervan ook ondergronds ingewonnen. Via een vader van een klasgenootje van mijn dochter kwam ik erachter dat ergens achter de Zeeburgerdijk, en dan helemaal aan het einde, een boot ligt die gasflessen verkoopt. In de auto heb ik een half uur rondgedoold tussen carrosseriebedrijven, een stadsnomadendorp, twee maneges, veel gras en roestige hekken - een Amsterdams industriegebied - , tot ik de boot vond. Wel drie borden verboden toegang passeerde ik en een hond met rughaar en blote tanden achter een hek. Rook en open vuur verboden. Binnen afgeblaft door een buitensporig onvriendelijke gasemployee. Op de stelselmatige onvriendelijkheid van mijn collega-technici kom ik later nog eens terug.

2. Er is niets moois aan een gasfles, wat ik eigenlijk wel charmant vind. Een oranje slang verbindt hem opzichtig met mijn designfornuis. Als je de fles niet ziet, dan helpt de slang waar je over struikelt je wel herinneren. Ik vind dat de fles lekker lang meegaat. Toch al een maand of langer, en er wordt elke dag tamelijk uitgebreid uit gekookt. Er is ook niets handigs aan een gasfles. Hij is niet te tillen, eigenlijk. En of hij nu leeg, halfleeg, halfvol of helemaal vol is, daar heb ik echt geen idee van.

woensdag 18 november 2009

nachtnet

Als het nacht wordt, wordt het stil. De zon houdt even zijn brutale kop dicht en volgens mij heeft de wind er dan ook minder zin in. Meneer zon heeft duidelijk een regelmatiger dag- en nachtritme dan de wind, maar toch: ik vind dat de wind ook goed zijn best doet om zich vooral overdag druk te maken.

Ik ben als de wind. Soms ben ik ook 's nachts actief. Daardoor weet ik hoe het 's nachts met de zon zit, en met de wind. Maar ik geef toe: ik weet beter hoe het overdag zit, met die twee, want daar ben ik altijd bij.

Wat mij echt ergert is dat het goedkoper is om 's nachts energie te consumeren. Dat dat is om de elektriciteitscentrales van hun stroom af te helpen, die ze blijkbaar continu moeten maken, maakt mij niet minder geërgerd. Overdag is de activiteit en niet 's nachts, verdorie!

dinsdag 17 november 2009

big brother


(door Peter Bekkers, hoofdredacteur van From Product Design Daily)

Een slimme meter is een apparaatje dat het elektriciteitsgebruik van huishoudens gedetailleerd meet en die metingen via een netwerk terugstuurt naar de energieleverancier. De slimme meter registreert bijvoorbeeld op welke tijden een huishouden de meeste energie gebruikt. Is dat ’s ochtends, dan kan de leverancier een gepeperde rekening sturen, want ’s ochtends is er veel vraag naar energie en is de prijs dus hoog. Is het ’s nachts, dan kan de rekening een stuk lager zijn, want ’s nachts is de vraag naar elektriciteit - en dus ook de prijs - laag.

Briljant product op het eerste gezicht. Mensen zullen bewuster omgaan met energie. Maar er zijn schaduwzijden. Privacy experts op een conferentie in Madrid, vorige week, waarschuwen dat slimme meters informatie verschaffen over privacygevoelige onderwerpen zoals: wanneer mensen op vakantie zijn, hoe laat ze gaan slapen, hoeveel tv ze kijken, etcetera. Als straks de elektrische auto thuis wordt opgeladen, zullen de slimme meters ook informatie verschaffen over het gedrag buitenshuis. De vraag is dus: hoe veel informatie hebben energieleveranciers eigenlijk nodig? Hoe lang mogen ze het bewaren? Na hoeveel tijd moeten ze de informatie vernietigen etcetera. In de Verenigde Staten zijn nu acht miljoen slimme meters geïnstalleerd. In Italië heeft 85% van de huishoudens een slimme meter - meer dan in enig ander land. Daar zal Berlusconi wel achter zitten. In Nederland is de aanschaf voorlopig vrijwillig (na een mislukte poging tot verplichtstelling), maar in april van dit jaar besloot het Europees Parlement dat in 2020 tachtig procent van de Europese huishoudens een slimme meter moet hebben.

Wie heeft toegang tot die informatie? Leveranciers kunnen de informatie verkopen aan marketingbureaus, die het goed kunnen gebruiken voor gerichte advertenties. Als bijvoorbeeld uit de gegevens van de slimme meter blijkt dat iemand ’s nachts vaak het licht aan doet, dan zou dat kunnen wijzen op slapeloosheid. Zo iemand kun je advertenties sturen over hulpmiddelen bij het slapen (aparte matrassen, kussens, slaappillen, etc). Verzekeringsbedrijven zouden – in de nabije toekomst - hogere premies kunnen vragen aan mensen die regelmatig na het sluiten van de café’s de stekker van de auto in het stopcontact steken.

maandag 16 november 2009

ecohuis

In het wijkje waar wij ons huis hebben mogen bouwen is wel wat verscheidenheid in architectuur, maar in de praktijk toch ook veel hetzelfde. En dan vooral aan de binnenkant: vide's, zwevende trappen, kolossale badkamers en keukens hebben al onze buren eigenlijk wel. En grote metallic-grijze auto's.

De prijzen die gevraagd worden voor de buurhuizen die te koop staan zijn ook metallic-grijs. Ook aan de premie van mijn inboedelverzekering heb ik gemerkt dat ik nu in een rijke buurt woon.

Een huis dat echt opvallend anders is staat één straat bij mij vandaan. Het is opgetrokken uit strobalen en er is daardoor binnen geen ruimte meer voor zwevende trappen, kolossale badkamers en keukens. Ik vind het pijnlijk om te zien dat de vraagprijs voor dit goedbedoelde huis dat - voor een stadshuis - ongekende potentie heeft, ongeveer drie keer lager is dan dat van zijn protserige buren.

vrijdag 13 november 2009

leemkachel


Ik ben opgeleid als industrieel ontwerper. Ik was verleid om juist die studie te kiezen door de mooie plaatjes die ontwerpstudenten blijken te kunnen tekenen van de toekomst. In de ontwerperstoekomst schijnt altijd de zon, waardoor al het metaal je tegemoet schittert. De vrouwen hebben grote hoeden op en kleine hondjes en ze beantwoorden de blik van de toeschouwer met een open gezicht.

Verblind door het glimmende chroom en door die open gezichten zag ik over het hoofd dat ik als industrieel ontwerper geacht word te werken voor de industrie. En dat ik industrie dus een goed idee moet vinden. Dat de dingen snel, goedkoop en massaal gefabriceerd moeten worden.

Stukadoren met leem is daarmee al in tegenspraak. Dat glimt ook niet, en om te benadrukken dat het niet glimt wordt leemstuuk vaak expres een beetje rommelig aangebracht. Ik ga dan gelijk denken dat het ook langzaam en duur is. Nu ben ik op de leemkachel gestuit en om mijn afkomst te verloochenen heb ik meteen de meest kabouterachtige smurfenleemkachel uitgekozen om hier te presenteren.

donderdag 12 november 2009

ventilatie (2)

Overigens hadden de twee kruisjes op de tekening van de bovenste etage (zie ventilatie (1)) nog wel meer effecten dan alleen maar twee Itho CVE ecofans op de plaats van de kruisjes. Door het hele huis lopen 30 cm dikke buizen naar de ecofans toe. Die buizen zijn netjes weggewerkt achter hoeken van gipsplaat, maar kamers die rechthoekig bedoeld waren, zijn er minstens zeshoekig van geworden. Bedden en kasten passen er nu nèt niet meer in.

Aan het andere einde van zo'n buis zit een ding van keramiek, dat ik hier maar even een luchtputje noem. Alle vieze luchtjes uit ons huis worden via deze universele keramieke paddestoelen (in de badkamer, in de wc en in de keuken) naar de ecofan gezogen. Ik zie ze in elk modern gebouw, maar het zijn zulke nederige indringers, dat ik het woord ervoor niet ken en dat ik dat woord ook niet kan vinden. Luchtputjes, zeg maar. Ik kan er zelfs geen plaatje van vinden.

Die luchtputjes lijken op het spreek- of luistergedeelte van een ouderwetse telefoon. En verdomd: ze zíjn ook een telefoon! Als mijn zoon op de derde verdieping, waar de ecofan hangt, aan het vertellen is wanneer zijn luipaard jarig is, dan kan ik hem, via het luchtputje boven mijn hoofd op de wc van de begane grond, woordelijk volgen. Alsof hij naast me staat.