dinsdag 9 februari 2010

cradle to cradle


Ik heb een irrationele afkeer van mode. En terwijl ik bezig was om te vervreemden van mijn vak (industrieel ontwerpen) kwamen Michael Braungart en William McDonough daar in de mode. Mijn redding is misschien geweest dat ik aan het vervreemden was, waardoor ik niet openlijk rancuneuze dingen heb geblogd over Braungart en McDonough. Het is weliswaar modieus, maar ze hebben echt iets goeds verzonnen: cradle to cradle. Ik heb nu hun boek gekocht. Mijn geheime agenda is om ze op een denkfout te betrappen.

Ik ben per ongeluk, door het Warenhuis van de Troost, teruggedreven in het kamp van de industrieel ontwerpers, die Braungart en McDonough zouden moeten lezen en doen. Energie is namelijk een klein en makkelijk oplosbaar probleem vergeleken bij vervuiling en uitputting, waar Braungart en McDonough dat elegante cradle to cradle voor hebben verzonnen.

Ik ben er nu op gebrand om een oplaadbare batterij te bedenken die prettig afval oplevert, wat de opdracht van cradle to cradle is. Ik moet dan denken aan de citroen, die als batterij gebruikt wordt, als de natuurkunde als goochelles wordt voorgesteld. Kan ik die citroen na de goocheltruc gewoon opeten? En kan ik de citroen ook opladen, als hij leeg is?

maandag 8 februari 2010

opwinden

Eergisteren kreeg ik van mijn schoonzusje een zaklantaarn die opgewonden kan worden. Ze noemde het een moderne knijpkat. Er hoeft echter niet geknepen te worden en dan miauwt hij ook nauwelijks. Ik probeer op het internet een mooi plaatje van mijn lamp zou kunnen vinden, maar ik vind tientallen opwindlampen, ... de mijne zit er niet bij. Ik bedoel vooral: blijkbaar is, zonder dat ik er erg in had, dit een heel mainstream product.

Er is ook wel iets leuks aan een opwindlamp. Dat leuke is meteen ook zijn grootste kwaliteit, want ik heb in de stad - waar het licht nooit uitgaat - eigenlijk helemaal geen zaklantaarn nodig. En ik vrees dat ik, op de enkele momenten dat ik 'm wel nodig heb, de zaklamp niet bij de hand heb. Dat is als de paradox van de bril die kwijt is: zonder bril kan ik 'm ook niet zien liggen. Vooral dat ik met één minuut opwinden dertig minuten brandtijd bij elkaar kan winden, dat vind ik erg leuk en hoopvol. Ik zou alleen liever een mobiele opwindtelefoon hebben. Die bestaat nog niet, toch?

Binnenkort ga ik mijn mobiele opwindlamp uit elkaar schroeven, om de dynamo en de oplaadbare batterij te bekijken. P merkte zuur op dat de opwindlamp uiteindelijk bij het chemisch afval zal moeten. En inderdaad: ik eis óók dat de dynamo en de batterij van mijn nieuwe mobiele opwindtelefoon volledig uit herbruikbaar materiaal gemaakt zijn.

vrijdag 5 februari 2010

goede doelen


Ik heb uit mijn Groningse periode mijn elektriciteitsleverancier meegenomen. Frivius, heet die. Die is niet zozeer groen als wel klein en Fries, wat ik grappige kwaliteiten vind, voor een energieleverancier. Overigens is Frivius toch bedrog, want Frivius is gewoon een imprint van Eneco. Ik weet vrij zeker dat de stroom die uit mijn stopcontact komt als natuurkundige verschijnsel op geen enkele manier anders zou zijn wanneer die in plaats van Fries, groen of grijs was. Als ik zou kiezen voor groene stroom help ik vermoedelijk mee dat er een gedeelte van de totale stroomproductie - precies het gedeelte dat ik van het totaal afneem - niet grijs maar groen wordt opgewekt. Het is dus alleen groen voor de boekhouding.

Deze week is mijn lescyclus over energietechniek weer begonnen voor de eerstejaars studenten van ED&I. Ik vertel dan dat energie het enige is dat alle techniek bindt: waar techniek is, is energie. En dat je elk technisch probleem met een energievergelijking zou kunnen tackelen. Energie is voor techniek wat geld is voor de economie.

Dankzij Frivius kan ik het goede doel Friesland en Friese identiteit steunen. Dankzij Frivius is er via energie een nieuwe manier om een goed doel te steunen. Het wachten is op een energiemaatschappij voor Haïti. Ik verwacht dus dat een deel van mijn energierekening - het goede-doelendeel - fiscaal aftrekbaar is.

donderdag 4 februari 2010

vrienden

Mijn vriend K uit Amsterdam berichtte dat er erg veel energie gaat zitten in asociaal gedrag. Asociaal gedrag, zoals alléén in één huis wonen, of aan sociale activiteiten deelnemen waarvoor grote afstanden moeten worden afgelegd. Bij de alleenstaande forens, daar is de energiewinst te halen.

Het is dus een duurzaam idee als ik van mijn buren mijn goede vrienden maak. En dat we dan met onze gezinnen dagelijks bij elkaar gaan eten, zodat de kachel en het fornuis van het buurhuis uit kunnen blijven. Zou het mij, op mijn leeftijd, nog lukken om zomaar vrienden te worden met zomaar iemand (bijvoorbeeld mijn buren)?

Het is mij ook gelukt om vrienden te zijn met mijn door kenners als autistisch bestempelde zoon, dus waarom niet met andere mensen? Ik zou kunnen beginnen om bij mijn buren aan te bellen en te zeggen: Hallo, zullen we vrienden worden? Ik heb bij mijn zoon gemerkt dat het handig is om daarbij uitnodigend te glimlachen. En dat het goed is om wel naar de nieuwe vriendschap te verlangen, maar die niet nodig te hebben. En tenslotte: ik zou me moeten richten op alles wat leuk is aan mijn buren.

woensdag 3 februari 2010

klei


Nietzsche schrijft in 'Ecce homo': Parijs, de Provence, Florence, Jeruzalem, Athene - deze namen bewijzen iets: het genie wordt bepaald door droge lucht, door heldere hemel, - dat wil zeggen door snelle stofwisseling, door de mogelijkheid steeds weer grote, ja massa's energie in zich op te nemen. Maar op de website van de het leemstukers van Tierrafino lees ik: Zuurstof ontspant en ontspanning maakt een mens edel. Edelmoedigheid, zuurstof in je bloed en het zuurstofgehalte van de ruimte waarin je dagelijks verkeert, hebben alles met elkaar te maken. Dat maakt leembouw zo waardevol.

Leem is grove klei. En klei associeer ik, misschien ten onrechte, met een zompig klimaat en dus niet met droge lucht. Mijn probleem met de producten van Tierrafino is bovendien dat ze zo duur zijn. Leem is vele malen duurder dan gips of dan celbeton. En dat, terwijl leem dus gewoon zompige klei is. Ik kan misschien niet hier in IJburg mijn spa in de grond steken en de kei delven, maar een eindje verderop, in Almere, daar lukt dat dan weer wel.

Zou dat nou wel of niet kunnen, een huis bouwen van stampleem uit bijvoorbeeld Lekkerkerk? En hoe is dat dan om daarin te wonen? Word ik een edel man of gaat dat ten koste van mijn genie?

dinsdag 2 februari 2010

Den Haag

Vandaag was ik het externe lid van de afstudeercommissie van de opleiding Human Technology van de Haagse Hogeschool. Ik mocht mijn oude loopje weer doen, vanaf station Den Haag HS naar het gebouw dat ik zo goed ken.

Hoewel er ook van alles was veranderd. Het viel me vooral op dat er veel muren waren verdwenen. Er waren er zelfs enkele van glas geworden! Het gebouw is onverminderd mooi. Om een of andere reden zijn ook de wc's veranderd: alle kranen waaronder je je handen kunt wassen, om precies te zijn. Ik stond klaar om mijn wc-ding te gaan doen maar in mijn beide handen droeg ik het afstudeerwerk dat ik later bij de beoordeling nodig zou hebben. Ik moest dat even kwijt, dus ik legde op iets tafelachtigs in de wc: de wastafel. Meteen liet de kraan overal heel veel water overheen stromen, want de nieuwe kraan had een sensor. Een kraan met een sensor, dat is human technology.

Ik heb twee mooie afstudeerpresentaties gezien. Door krachtige studenten, die echt zelfstandig kunnen denken en genuanceerd en weloverwogen over hun human technology-ideeën kunnen praten. Ik merk alleen dat ik niet meer zo erg van human technology-ideeën houd. Voor je het weet heb je iets heel manipulatiefs verzonnen. Maar ik leerde vandaag ook, dat Aristoteles zei dat je nooit vriendschap kunt sluiten met een levenloos ding.

maandag 1 februari 2010

octrooien


Enkele weken geleden legde ik een stagebezoek af bij een grootse onderneming in een klein kantoor. De baas en stagebegeleider die ik ontmoette was een hypnotiserende persoonlijkheid, type Victor Muller. Type Victor Muller was boos, omdat Philips enkele octrooien aan een Chinese ondernemer verkocht had. Die Chinese ondernemer had de octrooien gekocht om te voorkomen dat iemand anders de daarin beschreven nieuwe technologieën ging toepassen zolang zijn nieuwe Chinese fabriek de verouderde technologie nog produceerde.

Ik zou het jammer vinden als mijn goede idee waarmee de techniek vooruit geholpen wordt niet wordt uitgevoerd omdat de patenthouder geen belang bij de uitvoering heeft. Goede ideeën genoeg, ik. Ongeveer drie op een dag.

Dit is - volgens mij - het idee van open source: het idee is niet van iemand, maar van iedereen. Mijn idee is vervolgens dat het Warenhuis van de Troost een stichting moet zijn zonder winstoogmerk, omdat dan alle ideeën uit het Nederlands Octrooicentrum dan door het warenhuis gemaakt kunnen worden. Het lijkt me dat als je oogmerk niet is om er iets aan te verdienen, een inbreuk op een patent toegestaan is.