donderdag 18 februari 2010

zwemparadijs

Ik herinner mijn vroege tienerjaren als de tijd van de grote zwembadinnovaties. Volgens mij was Sporthuis Centrum (later Centerparks) de grote inspirator: golfslagbaden, knuffelmuren, kolossale glijbanen, bubbelbaden, fonteinen. Een gemeentelijk sportfondsebad voldeed niet meer; het zwemparadijs was geboren.

En toen was het, eind jaren '80, opeens weer over met de zwembad-innovaties. Al die zwemparadijzen zijn dertig jaar treuriger, ouder en ranziger geworden. Een zwemparadijs nu is op zijn best camp, als je daar gevoelig voor bent. En Centerparks heeft ook niet meer de frisheid van mijn jeugd.

Ik heb op 2 januari vorig jaar al een voorstel gedaan om het tij te keren, maar nu komt mijn Rotterdamse vriend H (die ook de happy douche heeft uitgevonden) met de droogcabine. Hij schrijft: Na het zwemmen douche ik (zeep verboden) en daarna moet ik drijfnat een ijskoude gang in richting lockers. Toen dacht ik, wat zou het handig zijn als je kan plaatsnemen in een droogcabine / droogstraat vergelijkbaar met een enorme haarfeun die je lichaam in ca 45 seconden droogblaast. Je verbruikt hiermee wel veel energie maar spaart het wassen van handdoeken uit. H vergat nog te melden dat het ook nog leuk en snel is. En het leukste is: het in beweging zetten van lucht kost helemaal niet zoveel energie. En warme lucht is vast wel ergens voor handen, in een zwemparadijs. Desnoods beginnen ze een datacentre.

woensdag 17 februari 2010

datacentra


Ik ben het tweede seizoen van de televisieserie Mad Man aan het bekijken. Het tweede seizoen is niet anders dan het eerste seizoen. Het ziet er mooi uit, er gebeurt eigenlijk niks, behalve dat de hoofdfiguren (reclamemensen van begin jaren '60) hardnekkig worstelen en niks leren. Een soort slapstick zonder humor dus. Als ik één aflevering gezien heb wil ik weer een aflevering kijken, zoals ik na een hap paprikachips meteen wéér zin het in paprikachips. Mad Man is een verslaving, eigenlijk.

In de laatste aflevering die ik zag gaan Don en Betts picknicken om de nieuwe Lincoln Coupe de Ville uit te proberen. Na de picknick werpt Don zijn leeggedronken bierfles als een pitcher in de struiken en klopt Betts het kleed met verpakkingen leeg op het gras. Begrijpelijk, want verpakkingen hebben geen waarde en ze worden gratis bijgeleverd. Ik zou uitkloppen en in de struiken werpen ook graag doen met dezelfde trots en schaamteloosheid.

Er is iets met gratis dat niet klopt. Dit gratis bloggen bij Blogger.com en die onbeperkte gratis email die ik van Google krijg, ... wat is daarvan nou eigenlijk de prijs? Een student beweerde dat datacentra in energieconsumptie inmiddels het vliegverkeer overtreffen. En alle warmte die uit datacetra weggekoeld moet worden, die zou je nuttig kunnen gebruiken, ware het niet dat datacentra liefst op geheime locaties staan. Hoewel, geheim, ... met een infraroodcamera zul je ze dan toch makkelijk moeten kunnen spotten.

dinsdag 16 februari 2010

happy douche

X, een vrouw die ik als jongeman vurig bewonderde, studeerde bouwkunde. En bouwkunde is, zeker in vergelijking met de andere technische studies, tamelijk filosofisch. Of misschien was X toevallig filosofisch. Ik keek graag naar X' mond, terwijl ze praatte. Om haar gepraat aan de gang te houden bracht ik in: Ik houd niet van ingebouwd. Ik wil dat een ijskast los staat.
X (en ze knijpt hierbij filosofisch haar ogen tot spleetjes): Ja, maar wat is los? Wat is buiten, wat is binnen? Definieer dat maar eens.

Het Warenhuis van de Troost heeft iemand in dienst genomen. Jeroen werkt het komende half jaar als ontwerper voor het Warenhuis. En Jeroen is, net als ik, meer een industrieel ontwerper dan een bouwkundige. Jeroen gaat de happy douche verder ontwikkelen. De happy douche wordt dus een ding, dat weliswaar moet worden geïnstalleerd, maar dat er niet uitziet als iets dat ingebouwd is.

De happy douche voert het koude toevoerwater langs het warme doucheputje. De happy douche is dus een ding dat in de douchebak staat en dat aan de muur vastzit, waar normaal de koude kraan zit. De happy douche is een douchebak in een douchebak. Ik denk bij een los ding in de badkamer meteen: glanzend metaal. Is er glanzend metaal dat 100% upcyclebaar is?

maandag 15 februari 2010

warmteweerstand


Deze week gaat op de avondschool van ED&I (de opleiding waar ik werk) mijn boekje over warmtetransport in première. Tijdens het schrijven van dat boekje heb ik iets nieuws geleerd over warmtetransport; iets hoopvols ook, denk ik. Sinds december 2008 ligt op dit weblog al een fundamenteel natuurkundig ideetje om uitwerking te zeuren, en tot mijn verrassing heeft de warmteleer de wiskunde ervoor al klaarliggen. Waarom wordt dit dan niet toegepast?

Mijn ideetje is om elektriciteit te vervangen door stralingswarmte. Dus dan is er geen spanningsbron maar een temperatuursbron, dan is er geen stroom maar warmtestroom en geen weerstand maar warmteweerstand. Een warmtecircuit is bijvoorbeeld een warm huis in een sneeuwlandschap. Door het temperatuursverschil tussen binnen en buiten wil de warmte naar buiten. De warmteweerstand van de bakstenen, het isolatiemateriaal en het pleisterwerk hindert die stroom. Precies zoals drie seriegeschakelde weerstanden in een elektrisch circuit. En het dubbele glas van het raam (de alternatieve route van de warmtestroom) is dan als een parallel geschakelde weerstand. Het zijn havo-3 sommetjes.

Elektrische circuits zijn erop gericht om de energie uit de stroom nuttig te gebruiken, maar warmtecircuit nooit, volgens mij. Waarom eigenlijk niet? Ik wil bijvoorbeeld best lichtgevend isolatiemateriaal thuis. En alle andere aanzetten (deze en die bijvoorbeeld) die elektriciteit overbodig maken komen opeens ook dichterbij.

vrijdag 12 februari 2010

Heynsdyk

Op een verder geheim gehouden website vertelt ing R.J Heijnsdijk op welke drie pijlers zijn grappige nieuwe Nederlandse sportwagen gebaseerd is:
hergebruik stimuleren
draagvlak voor historisch besef
teamverband stimuleren


De Heynsdyk is gebouwd op het onderstel van een Porsche 944. Dat is een oude auto, die iemand dan eerst tweedehands of op de sloop moet kopen. Heijnsdijk heeft een methode bedacht om verouderde (méér vervuilende) techniek van de slooppremie te redden. Eerst werden alleen mooie classics door nostalgische autoliefhebbers gered, maar Heijnsdijk redt ook de lelijke (veel mensen vinden de Porsche 944 een lelijke auto).

Heijnsijk zegt, vermoedelijk wegens de dertig jaar oude techniek en de nostalgische vormgeving: historisch besef verrijkt de mens en stelt hem en haar in staat beter om te gaan met de habitat. En over het stimuleren van teamverband, voor de mensen die besluiten om de Heynsdyk zelf te gaan bouwen: handmatig bouwen en sleutelen wordt ervaren in een tijd waar generaties door PC en TV minder tijd voor elkaar hebben. Fascinerend! Hoe dit ervaren en beter omgaan precies in zijn werk gaat, dat legt hij helaas niet uit. Op de officiële website van Heynsdyk is van deze ambities alleen de claim overgebleven dat het nieuwe merk a normfinish company is. Voor mijn Warenhuis van de Troost vind ik normfinish geloof ik niet streng genoeg.

donderdag 11 februari 2010

vuilnisbak


Ik schiet nog niet erg op in het boek Cradle to Cradle. Niet omdat het slecht geschreven is of omdat het me niet boeit, maar omdat ik ook allerlei andere dingen verlang te doen en dan niet aan het boek toekom. Michael Braungart is een biochemicus, en ik ben dat niet. Ik ben nu zo ver in het boek dat vanuit het perspectief van een biochemicus we momenteel middenin een zich voltrekkende en catastrofale natuurramp zitten. Het boek is als een spannende film: hoe gaat Michael dit oplossen??

Ik weet natuurlijk al wat Michaels ontsnappingsroute is: die heet cradle to cradle, en ik vermoed dat die oplossing alleen over afval gaat. De dingen moeten ofwel volledig veilig composteerbaar zijn, ofwel volledig upcyclebaar zijn ofwel (maar dat toch liever niet) volledig veilig verbrandbaar zijn.

In zo'n systeem is geen vuilnisbak meer nodig, want het compasteerbare afval gooi je in de tuin of eet je op, het upcyclebare afval verkoop je en de rest kan in de kachel. En verder houdt iedereen van elkaar en is het elke dag vakantie.

woensdag 10 februari 2010

Ford

Vandaag ben ik voor het laatst in het fordje geweest, waarover ik hier eerder liefdevol geschreven heb. Ik kwam afscheid van hem nemen bij de schade-auto's van een garage in Ouderkerk. Een autosloop wilde nog wel 150 euro voor hem betalen, en met het overhandigen van de autopapieren was het klaar. Wij zijn nu een gezin zonder auto.

Het verrast me, hoe snel waarde verdwijnt. Ik ben blij hoor, dat het afgehandeld is, want een auto - hoe braaf hij ook is en hoe lief hij er ook uitziet - ... een auto is wel een handenbinder. Zeker als hij het niet meer doet. Maar er is toch ook een hoop dat het wel doet, in die auto. De benzine in de tank bijvoorbeeld, en de hele motor. De radio, het zeer puike onderstel. De lijst is te lang om hier helemaal weer te geven. En daarbij: het was toch ook onze Ford. Wij waren als gezin trouwer aan onze auto dan aan de huizen waarin we woonden. En in een auto kun je slapen en rijden tegelijk, kom daar maar eens om.

Tegenwoordig verplaatsen we ons in een auto van het merk Greenwheels. Meestal ongeveer zoëentje als de auto van mijn log van 28 januari, maar soms ook een andere, net waar we zin in hebben en wat er beschikbaar is. Iemand wast hem, tank hem vol en doet het zaterdagse stofzuigen. Wij niet. Wij dematerialiseren.