donderdag 4 maart 2010

eten

Wat ik me herinner van Allen Carrs methode om te stoppen met roken, is dat je vooral moest doorroken tot je zijn boek uit had. In zijn boek kon je lezen hoe vernuftig de industrie iedereen verslaafd gemaakt heeft, ... de weerzinwekkende details zijn genoeg om een definitief besluit te nemen. In januari schreef E uit Delft mij: En natuurlijk een ruim assortiment aan smakelijke vleesvervangers (Indonesiers zijn bijv. meester in tahoe, tempeh) voor de impulsaankopen bij de kassa. Dat zet tenminste zoden aan de dijk! Nu is het maart en ik heb een definitief besluit genomen: er moeten inderdaad gegeten kunnen worden in het Warenhuis van de Troost. Twee maanden lang was ik gevoelig voor de weerzinwekkende details van de voedselindustrie en iets bij de kassa zet inderdaad zoden aan de dijk (duurzame zoden).

Vlees is erg lekker. Allemachtig, wat is vlees lekker! Het is zo lekker dat ik er altijd meer van wil eten dan goed is voor mijn gezondheid. Ik had ook al eens bedacht dat ik eigenlijk, om onbezwaard te kunnen schranzen, eigenhandig het varken, de kwartel of de zalm had moeten kelen, maar dat is er nooit van gekomen. Al het sterven - behalve van de oesters (mmmmm!) - heb ik uitbesteed aan lage-lonenlanden.

Dat uitbesteden, dat deugt niet. En kaas en eieren deugen eigenlijk ook niet. Soja is volgens mij ook suspect. In het warenhuis moet de eiwitbehoefte dus bevredigd worden met insecten en lokaal gekweekte bonen. Gefrituurde capucijnertempeh met regenworm. Mmmmmm!

Geen opmerkingen: