woensdag 17 maart 2010

Japan


Hier in Amsterdam is het voorjaar begonnen. Ik ben met mijn handen in mijn zij achter op de berg zand gaan staan en overzag het bouwafval dat sinds de voltooiing van het huis in de tuin ligt. Een fiets, peuken, plastic buizen en koppelstukken, enorme kunststoffen zeilen, betonijzer en hout. Heel veel hout. Met spijkers erin.

Dit is mijn plan: van het hout wil ik een (half) open compostvat maken. Het sust mijn gemoedsrust als het hout tenminste nog een bestemming heeft en een (half) open compostvat vind ik een nette bestemming. Er is dan nog hout over voor een schuur, een vlot en een skelter, wat ik ook nog allemaal nog van plan ben van het hout te maken.

Composteren is zoiets als mestvergisten en appelcider maken. Daar is weinig ontwerperachtigs aan; in tegendeel: het gaat erom nauwkeurig andermans recept te volgen. En elk voorjaar weer denk ik dat ik er lol aan heb om andermans recept te volgen. Met moeite weersta ik de verleiding om bokashi te gaan composteren, een subtiele martiale composteervorm uit Japan. Laat ik bescheiden zijn, want composteren is al moeilijk genoeg. Over de ingrediënten: poep en urine bevorderen het composteringsproces, maar om hygiënische redenen mogen op de composthoop alleen uitwerpselen van planteneters, zoals oud stro of zaagsel uit het caviahok. Weer een goede reden om vegetariër te worden.

Geen opmerkingen: